In het kort

Richtlijnen

Vervang boter, harde margarine en bak- en braadvetten door zachte margarine, vloeibaar bak- en braadvet en plantaardige oliën.

Consumptie

Volwassenen eten gemiddeld

23 g/dag

vetten en oliën

Verschillen

Van de vetten en oliën bestaat    

44%

uit zachte vetten

% volgt richtlijn

Ouderen eten meer vetten en oliën dan jongvolwassenen

Consumptie naar geslacht

Geslacht-gram

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Nederlandse volwassenen eten gemiddeld 23 gram vetten en oliën per dag, waarvan 9 gram zachte margarine en oliën. Mannen eten meer vetten en oliën (27 g/dag, waarvan 11 gram zachte vetten) dan vrouwen (18 g/dag, waarvan 8 gram zachte vetten).

gemiddeld percentage zacht vet

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Van de smeer-en bereidingsvetten van Nederlandse volwassenen is gemiddeld 44% in de vorm van zachte vetten en oliën.

Consumptie naar leeftijd

Leeftijd en geslacht-gram

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Ouderen eten gemiddeld meer  vetten en oliën (mannen 28 g/dag, vrouwen 22 g/dag) dan jongvolwassenen (mannen 24 g/dag, vrouwen 16 g/dag).  

 

gemiddeld percentage zacht vet

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Bij volwassenen van 19-50 jaar is het percentage zachte vetten en oliën (mannen 46%, vrouwen 48%) van het totaal aan vet, iets hoger dan voor volwassenen van 71-79 jaar (mannen 31%, vrouwen 36%).  

Consumptie naar gewichtsklasse

BMI-gram

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Volwassenen met overgewicht/obesitas eten gemiddeld evenveel vetten en oliën (23 g/dag, waarvan 9 gram zachte vetten) als volwassenen met een normaal of ondergewicht (24 g/dag, waarvan 11 gram zachte vetten). Vrouwen met overgewicht/obesitas eten gemiddeld minder zachte vetten en oliën (7 g/dag) dan vrouwen met een normaal of ondergewicht (9 g/dag). Voor mannen zijn er vrijwel geen verschillen naar gewichtsklasse.

BMI en geslacht-gram

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Volwassenen met overgewicht/obesitas eten gemiddeld evenveel vetten en oliën (23 g/dag, waarvan 9 gram zachte vetten) als volwassenen met een normaal of ondergewicht (24 g/dag, waarvan 11 gram zachte vetten). Vrouwen met overgewicht/obesitas eten gemiddeld minder zachte vetten en oliën (7 g/dag) dan vrouwen met een normaal of ondergewicht (9 g/dag). Voor mannen zijn er vrijwel geen verschillen naar gewichtsklasse.

Consumptie naar opleiding

Opleiding-gram

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Hoogopgeleide vrouwen eten gemiddeld minder vetten en oliën (17 g/dag) dan laagopgeleide vrouwen (20 g/dag). Tussen hoog- en laagopgeleide mannen zijn geen verschillen te zien. Hoogopgeleide volwassenen eten gemiddeld vrijwel evenveel zachte vetten en oliën (9 g/dag) als laagopgeleide volwassenen (9 g/dag). 

Opleiding en geslacht-gram

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Hoogopgeleide vrouwen eten gemiddeld minder vetten en oliën (17 g/dag) dan laagopgeleide vrouwen (20 g/dag). Tussen hoog- en laagopgeleide mannen zijn geen verschillen te zien. Hoogopgeleide volwassenen eten gemiddeld vrijwel evenveel zachte vetten en oliën (9 g/dag) als laagopgeleide volwassenen (9 g/dag). 

Consumptie naar regio

Regio-gram

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Inwoners van alle regio's eten vrijwel evenveel vetten en oliën. De gemiddelde consumptie in Nederland is 23 g/dag, waarvan 9 gram zachte vetten en oliën.

Regio en geslacht-gram

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Inwoners van alle regio's eten vrijwel evenveel vetten en oliën. De gemiddelde consumptie in Nederland is 23 g/dag, waarvan 9 gram zachte vetten en oliën.

Consumptie naar stedelijkheid

Stedelijkheid-gram

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Inwoners van sterk stedelijke gebieden eten minder vetten en oliën (21 g/dag, waarvan 9 gram zachte vetten en oliën) dan inwoners van niet-stedelijke gebieden (25 g/dag, waarvan 10 gram zachte vetten en oliën).  

Stedelijkheid en geslacht-gram

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Inwoners van sterk stedelijke gebieden eten minder vetten en oliën (21 g/dag, waarvan 9 gram zachte vetten en oliën) dan inwoners van niet-stedelijke gebieden (25 g/dag, waarvan 10 gram zachte vetten en oliën).